|
zondag 9 december 2012
Raphael in Haarlem
zaterdag 17 november 2012
Istanbul op de thuisreis
19 september hadden we weer een dag op de Zwarte Zee. Het schip ploegde zich voort terug naar die onvergetelijke stad Istanbul, de eindbestemming van onze lange en zeer interessante reis, beschreven op onderstaande pagina's. De reisleiding was ons nog niet vergeten, want de NRC Academie wilde natuurlijk een goede indruk achterlaten. Groep Rood kreeg ditmaal : Bram Vermeulen : Turkije Waarheen?
Het antwoord wist hijzelf ook niet, maar zo’n beschouwing van een ervaren regiospecialist is de moeite waard. Daarna volgde Hans Theunissen : met het Het Topkapi Paleis. Hij liet zien dat hij op deze zaak gestudeerd had want hij sprak dit herhaalde malen anders uit, op zijn Turks, namelijk het Topkape Paleis. Kennelijk kunnen de Turken de i niet goed uitspreken, zoals de Belgen de G ook nog wel eens verwisselen met de H.
Interessant was het wel. We begrepen dat de architectuur met zijn veelvoud aan hoven een afspiegeling was van de Ottomaanse opvatting van macht. De heerser ziet, maar kan niet gezien worden. Daarna hoorden we nog één keer de warme klanken van het muzikale duo die Bloch, Shostakovitsj en Rachmaninoff voor ons vertolkten. Laat in de middag hoorden we tenslotte van Bram Vermeulen hoe een journalist zich voelt in de taboe cultuur. Hij liet met filmfragmenten zien dat zowel Grieken als Turken liever de waarheid omzeilen dan die onder ogen te zien. Als journalist kan hij wel hengelen naar de waarheid, hij krijgt alleen de toegestane antwoorden. Als hij mensen in het nauw drijft met zijn vragen, weren ze lachend af, nee, dat kan niet. De politieke ontwikkelingen zijn precair. Ook Bram kan niet met stelligheid de uitkomst voorspellen. Westers? Islamitisch? Allebei?
20 september is de laatste dag van onze reis, die wij echter niet meer aan boord zouden doorbrengen. We werden geïnstrueerd over het naderende vertrek. Hiertoe waren er reeds gisterenavond kofferlabels in kleurtjes uitgeven, eveneens een overzicht van genoten drankjes en versnaperingen. Omdat wij onze creditcard vooraf hadden laten inlezen was er voor ons geen vervelend gescharrel met geld nodig. Alle kosten waren keurig geregistreerd. De koffers moesten voor het slapengaan op de gang worden neergezet en zouden ’s nachts van boord gehaald worden en in de aankomsthal worden gebracht.
Dit verliep uitstekend.
We leverden onze scheepspassen in en zorgden dat we onze eigen paspoorten klaar hadden. Jammer! Slechts twee nieuwe stempels ontvangen: één voor Turkije en één voor Georgië. Oekraïne vindt dat kennelijk niet nodig. En Griekenland is Schengenland.
We hadden als laatste activiteit een excursie naar het Topkap-e-(i) Paleis geboekt.
| Het Topkapi-paleis met de schoorstenen van de keukens. |
| Een luxueus buitenpaviljoen voor de Turkse heerser |
De gids die wij troffen was iemand die met zijn verkeerde been uit bed gestapt was en die het niet kon schelen of hij een bende schapen in de bus had of toevallig een aantal mensen. Ongeïnteresseerd tot en met. We namen later wraak door de chauffeur, die al onze koffers moest tillen, een grote fooi te geven en hem niet.
Het paleizencomplex is fantastisch uitgestrekt en de collecties zijn bijzonder, exotisch, de juwelen zeker verbluffend. (Wikipedia geeft een puike uitleg). Het is er zeker te vol met toeristen, men wordt er niet vrolijk van. We hadden gelukkig wederom een pak boterhammen mee en zaten die op te eten op het grote plein, waar we in de eerste dagen ook waren geweest.
De Turkse vuilophaaldienst, te weten een man met een bezem die een karretje voortzeulde had de dag van zijn leven. Hem werden appels, chocolade en niet opgegeten boterhammen toegedeeld die hij stiekem achter een verderop geparkeerde auto sorteerde. Van deze plaats gingen we naar het vliegveld waar we onszelf en onze eigen koffers inklaarden, nu geholpen door een baliemedewerker en werden vriendelijk verwezen naar de vertrekruimte. Dit bleek de verkeerde te zijn - het was zo merkwaardig leeg terwijl het vertrek naderde - we misten daarom bijna nog ons vliegtuig.
Maar goed, na 2.5 uur waren we weer op Schiphol. (Klok een uur terug) en gingen met de rode bus 179 naar het Leidseplein en verder te voet naar huis. Waar het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Dus gauw weer de grote klok tot leven gebracht die nu statig zijn slinger laat bewegen en op de kwartieren, halve uren en uren zijn uitgekozen lied laat horen, tot meerdere glorie van ons thuis.
Odessa
17 september. We zijn, na een nacht varen, aangekomen in de haven van Odessa. Dat is nu de grootste haven van de Zwarte Zee. Odessa is een vrij jonge stad maar het heeft een rijke kosmopolitische achtergrond.
We gaan vandaag op een stadsoriëntatie en bezoeken het museum van schone kunsten. Bij de stadsoriëntatie waren natuurlijk de trappen (van Odessa) bekend van de film “Potemkin” van Eisenstein het indrukwekkendst. Van beneden af zie je alleen maar de treden terwijl je van boven af alleen maar de vlakke terrassen ziet.
Er zijn prachtige lanen die men zo als franse lanen kan betitelen. Dat was ook niet zo verwonderlijk, want in de verlichte oudheid wist Catharina de Grote de fransman Emmanuel Richelieu, de neef van de Kardinaal (Richelieu) over te halen om naar deze plaats te komen als gouverneur van het Nieuwe Rusland. Hij heeft gezorgd voor de Franse inbreng en heeft, als ik mij goed heb laten voorlichten, het grondplan van de straten van Odessa ontworpen en laten uitvoeren. Hij heeft als dank een standbeeld gekregen dat boven aan de trappen staat, (die van Odessa.) Ik maakte nog mooie foto’s van een Opera gebouw, dat waarschijnlijk een replica is van hetgeen wij in Dresden of Wenen zagen. Er waren meer prachtige gebouwen in Weense of Italiaanse stijl.
Er waren nog meer ruime pleinen, lanen en straten die ons getoond werden door onze gids, een dametje met een mutsje op die ons redelijk vlot voortsleurde en in een mum de zaken door- en voorbij liep. Het museum voor moderne kunst is mij niet bijgebleven en de kathedralen die men ons wees en waarin we, gehuld in bedekkende kleding, de dames met sjaals over de hoofden, in kwamen, werden door ons gekwalificeerd als kerken van wisselende kunstzinnigheid, - bijna alles gloednieuw en mierzoet. Teruggekeerd werd er laat in de avond nog de film Battleship Potemkin gedraaid, maar ik ging eerder weg. Een draak van een film vind ik, afgezien van die trappenscène waar die kinderwagen naar beneden stuitert, Sonia bleef hem tot het einde uitkijken.
| Holocaust-monument in Odessa |
18 september hadden we ingeschreven voor een bezoek aan Joods Odessa. We begonnen met het park waar ter herdenking van elk slachtoffer van de holocaust jonge berken werden aangeplant.
Helaas was het Joods Nieuwjaar en alles in de Joodse wijk was dicht. We zagen wat gevels van synagogen, in diverse stijlen, een aantal jongens met keppeltjes, die als beveiligers optraden, keken onverschillig terug. We bezochten ook een vervallen cultureel centrum waarbij we gevoeglijk aannamen dat er dus weer een rijk Joods cultureel leven zal bestaan, na de eeuwenlange pogroms, de holocaust en de grote uittocht naar Israel.
Misschien hadden we toch beter de literaire toer genomen, maar aan vervallen huisvesting van reeds lang tot stof vergane schrijvers valt ook niet veel te beleven. Je kan de verhalen van Isaac Babel beter lezen. Het stadsleven echter maakt een zeer ontspannen en elegante indruk. We denken dat het voor de welgestelde Oekraïner goed toeven is in deze stad. De welvaart neemt toe en het kleurrijke verleden trekt gouden draden door de alleeën en parken.
‘s Avonds hadden we een balletvoorstelling in dat mooie operagebouw dat ik de vorige dag gefotografeerd had. De dansers en danseressen hadden voor het grootste gedeelte hun opleiding genoten in Russische balletscholen, dus de uitvoering was van hoge klasse. Hier werd Chopiniana (Les Sylphides) gedanst en de Carmen-suite, speciaal voor ons gezelschap. Dit laatste werd zeer expressief gedanst en viel in de smaak bij iedereen. De gids van de vorige dag, (dat mevrouwtje met dat mutsje) liep ook hier weer ijverig beredderend rond om mensen hun plaats te wijzen.
De Krim van Jalta tot Sebastopol
We brachten de 14de september weer een dag op de Zwarte Zee door.
Nog steeds was de leiding van de NRC - Academie er niet van overtuigd dat we nu alle ingrediënten tot de volgende tocht naar de zo belangrijke steden aan de Krim, Jalta en Sebastopol, tot ons genomen zouden hebben, (via de literatuurlijst natuurlijk). Voor de langzame lezertjes waren er andermaal een aantal lezingen op z’n plaats vond men
Pieter Steinz had het over Anton Tsjechov in het web van de wereldliteratuur
Terwijl Fik Meijer sprak over Paulus, een leven tussen Jerusalem en Rome.
Deze laatste lezing sloeg voor mij althans negens op. Noch Jerusalem noch Rome waren in het reisschema opgenomen en de apostel Paulus was zijn leven, hoe interessant ook, bezig in andere werelddelen door te brengen.
We kregen als tussenstuk “de Russische ziel” te horen van Tsjaikovski waarbij de Russische ziel van de cellist prachtig tot uitdrukking kwam in de donkere, soms klagende klanken van zijn prachtige instrument en wat later konden we nog genieten van het werk van Rachmaninoff.
Henk van Os legde de Russische schilderkunst 1850 - 1900 voor ons open. Hij sprak o.a. over de voorgangers van de schilder Repin.
Fik Meijer had het over het Heimwee aan de(on)gastvrije Zwarte Zee.
Dat ging over de klaagzang van Ovidius, verbannen naar Constantinopel aan de Zwarte Zee. Toen was het zoals nu, een welvarende stad joyeuze badplaats, maar volgens de Romeinse dichter was het verkleurd, omringd door barbaren.
Hierna mochten we de droge keel smeren en in de nog overvloedige zon gaan liggen bruin worden, voor de pijp en voor wie dat wilde natuurlijk.
Bij het ochtend gloren, nou ja, het gloorde al een tijdje, voeren we de 15e september de haven van Jalta binnen. Je maakt je daar eigenlijke geen goede voorstelling van want Jalta wordt onmiddellijk geassocieerd met de samenkomst van de grote drie, Stalin, Rooseveld en Churchill. Jalta heeft een mooie haven en is tegen de rotsen gebouwd. Het is een badplaats met 19e eeuwse allure. Nu voor rijke mensen.
We “deden” de excursie van de stadsoriëntatie en het bezoek aan het Vorontsov paleis in Alupka. Dit paleis is gebouwd in opdracht van Prins Mikhall Vorontsov (1782 - 1856) als zomer verblijf. Hij was gouverneur van de Krim, maar had gestudeerd in Engeland. Hij was steenrijk en bezat 30.000 lijfeigenen.
Wij moesten op een gegeven ogenblik overstijgen in kleinere busjes, daar de grote bus de draai niet kon nemen en ook te geweldig was voor de smalle lanen. Wij reden door een prachtig park met een de rechterkant een groot bergmassief. Het paleis dat we weldra zagen vertoonde aan de voorkant een Europees aandoend kasteelachtige aanblik, zeg maar een Engels landgoed in Neo-Tudor stijl. De achterkant vertoonde daarentegen een Islamitische architectuur met Moorse invloeden. Zie hiervoor de pagina van wikipedia. http://en.wikipedia.org/wiki/vorontsov Palace (Alupka). De inrichting is een beetje bric-a-brac. Maar het uitzicht van het leeuwenterras, met zes forse leeuwen, op de landtongen van Jalta is adembenemend. Een leeuw is erbij in slaap gevallen, met een schaduw van een ketting over zijn neus.
Tijdens onze lunch daar ter plaatse keken we uit op het Zwaluwnest, een paleis op een van de vele klippen. We lunchten voortreffelijk met het landelijk gerecht borscht waarvan de rode bieten die zo uitgesproken zijn in dit recept, vervangen waren door verse tomaten, misschien niet origineel, maar wel erg lekker. Sonia kocht er in de winkel een paar sieraden die moesten doorgaan voor turkooizen, maar gezien de prijs dat nooit konden zijn. Als je er maar blij mee bent.
Daarna maakten we nog een rondrit en een wandeling door het stadje. Er was een mooie kerk bovenin, met gouden koepels, een stadspark en natuurlijk de beroemde boulevard van die Tsjechov zo melancholisch heeft beschreven in het verhaal “De dame met het hondje”. Zij en haar hondje hebben er een monument gekregen, nogal pijnlijk houterig, droevig dit lot, als je van haar houdt. Zijn villa staat er ook nog, maar eigenlijk zoek je tevergeefs de sfeer, de elegantie, de charme van de boulevard, ondanks de palmbomen. We horen ook voor het eerst dat Tsjechov Jalta eigenlijk haatte, allicht, hij verbleef er noodgedwongen om te genezen van de tbc. En ondanks het gezegende klimaat was hier, net zoals aan de Côte d’Azur, alle hoop op genezing ijdel. De eerste toeristen, de hoge adel die zich kon veroorloven te reizen, kwamen om te kuren en te genezen van hun dodelijke kwalen. Hun volgelingen kwamen om zich te koesteren in de glamour van de groten der aarde die hier waren neergestreken in grote privédomeinen. De communisten maakten er sanatoria van voor de gunstelingen van de partij. De nieuwe russen willen genieten van het sub-tropische Jalta als moderne mensen met oorverdovende muziek en kermis en een autorally. Het zij hen gegund. Wij trekken ons terug voor een slaapje in onze kajuit met een goed boek.
De 16e september gingen we met de bus naar de Tsarenpaleizen Massandra en Livadia en daarna door met de bus (ongeveer 80 km), naar Sebastopol.
Massandra is een voormalig tsarenpaleis waar de Tsaar niet woonde, maar dat hij als buitenverblijf aanhield, zogezegd om met de familie te picknicken.
Dit paleis werd ook gebouwd door prins Vorontsov, deze keer in Loire-stijl, maar hij heeft het nooit af gezien. De constructie van het paleis had geen gelukkig gesternte. Drie bouwheren zijn tijdens de bouw ter ziele gegaan. Niet lang daarna brak de revolutie uit en dat was voor hen einde verhaal. Het uiteindelijke resultaat wat ons nu voorgevoerd wordt is een paleis dat geen hart heeft. Alle meubels en schilderijen zijn van andere paleizen afkomstig. Er is wel een schitterende tuin om het kasteelachtig paleis aangelegd met een wijds uitzicht op Jalta en de rondom oprijzende bergen. Stalin heeft er één dag zijn intrek genomen, maar hij vond het te afgelegen en keerde terug naar Jalta.
Daarna gingen we naar het witte paleis Livadia, gebouwd door Tsaar Nicolaas II. Hiervoor liet hij het paleis van zijn voorganger, dat daar voordien had gestaan, en waar de Amerikaanse schrijver Mark Twain nog zo gul is ontvangen door de tsarenfamilie, afbreken om er zijn eigen creatie op te kunnen neerzetten.
Toen Tsaar Nicolaas II door de revolutionairen gedwongen werd tot aftreden, had hij zich daar willen terugtrekken met zijn gezin, maar het werd hem niet toegestaan. Zij werden elders geëxecuteerd. Na de revolutie werd er een tehuis voor revaliderende proletariërs van gemaakt. In 1945 kwamen de Grote Drie, (Stalin, Rooseveld en Churchill) daar bij elkaar om Europa te verdelen. Het was achteraf bezien gelukkig dat we vandaag kwamen, want gisteren was het paleis nog dicht wegens een andere belangrijke conferentie over de toekomst van de Zwarte Zee. Nu zagen we een replica van de ronde tafel waaraan de regeringsleiders hadden gezeten met hun secondanten. Waar wie precies zat was na te gaan op vergeelde foto’s aan de wand. Het privé-appartement van de toen doodzieke Rooseveld was vrijwel ongeschonden; we konden ons goed voorstellen hoe de sfeer moet zijn geweest, inclusief de angst voor Russische afluisterapparatuur.
Na een goed inzicht te hebben gekregen in de historie, nu alweer bijna 70 jaar terug, vertrokken we met onze grote comfortabele bus om over land de reis te gaan maken naar Sebastopol, terwijl het schip naar een aanlegplaats in die haven opstoomde. De Russen zeggen hier voor de b een v.
In Sebastopol aangekomen reden we naar een hoogte waar een rond gebouw stond, één van de laatste Panorama’s waar de 19e eeuwse Europese steden rijk aan waren. We kennen in Den Haag het Panorama Mesdagh en in Wroclaw het Panorama Raclawice, voorstellende een veldslag tussen Polen en Russen, rond 1800. Hier gaat het om een enorm geschilderd doek van de getroffen stad tijdens de Krimoorlog, gezien vanuit een vesting met geschut, 360° in het rond. De slag die hier geschilderd is vond plaats op 18 juni 1855. De Engelsen en de Fransen vielen toen gezamenlijk Sebastopol aan. Dit werd furieus verdedigd door de Russen die weliswaar de slag verloren, maar daar is in deze schildering nog geen sprake van. Onderscheid tussen de reële voorwerpen op de voorgrond en de geschilderde voorstelling was voor het blote oog geheel niet te zien. Alles sloot bedriegelijk op elkaar aan, iedereen bewonderde de realistische kunst van de schilder Franz Romboud, hoe ijselijk het tafereel ook was. In de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw en mede het panorama danig vernield, maar dankzij de techniek en het doorzettingsvermogen van de restaurateurs is het weer een fantastisch geheel geworden.
Tolstoj, de grote Russische romanschrijver, heeft als jonge officier deze gruwelen meegemaakt. Hij geeft er een heel precieze beschrijving van in zijn verhalenbundel “Sebastopol”.
Terug in het schip hoorden we na het diner nog een lezing van
Pieter Steinz : Odessa als literaire metropool. Dit vast om ons voor te bereiden op een uitstap die nog moest volgen. Nooit weg om het nu al te weten.
zaterdag 3 november 2012
Batumi, havenstad en badplaats Georgië
Op 13 september waren we reeds afgemeerd in Batumi, een havenstad van Georgië.
Ik had ook nog nooit gehoord van die naam, noch wat het inhield, maar daar kwamen wij gauw achter. Een prachtig uitziende schone stad vol mooie gebouwen en parken en er zijn ook hoge hoteltorens in aanbouw.
Hier zouden we vanavond de vrouw van de president ontmoeten, mevrouw Sandra E. Saakashvili - Roelofs. Zij is Nederlandse van geboorte wat de communicatie een stuk vergemakkelijkte. Tevens zouden we de Nederlandse ambassadeur ontmoeten die onze belangen vertegenwoordigt. Deze ontmoeting zou plaatsvinden in het State Dramatic Theater, een statig gebouw met de uitstraling van een opera gebouw. Dat konden wij zien vanuit de bus omdat wij deelnamen aan een stadsoriëntatie.
We waren hier in de Georgisch Rivièra, subtropisch en kleurrijk. Hier kwamen vooral de rijke Oost-Europeanen naar toe om van het mooie weer te genieten en de constante aangename temperatuur. Er groeide bamboe en palmbomen en het was in de schaduw aangenaam toeven. Maar niet voor ons, want we moesten toch een indruk krijgen van deze bijzondere stad. We zagen in een uitgestrekt park een afbeelding van Jason die het Gulden Vlies stal. Als men op een bepaalde plaats ging staan op één been en naar voren boog werd die afbeelding ineens 3D. Sonia probeerde dat bevallig te doen, maar zag geen verschil.
Toen wij later de foto bekeken die ik van het geheel genomen had was dit nu duidelijk wel te zien. Op een later tijdstip liepen wij over een plein waar hij, nu op een hoge pilaar, mansgroot zijn triomf op een uitgestrekte arm aan het publiek toonde.
Er waren vele interessante gebouwen en de uitstap was de moeite waard.
Wij bezochten op de terugweg ook nog een markt. Een drukke plaats vol met vrouwen en mannen van een zekere leeftijd die met zware zakken en manden heen en weer aan het zeulen waren. Fruit en kleding lagen op schappen om verkocht te worden. Ook was er binnen een zeer grote ruimte waar van alles te koop was. Sonia kocht een papieren tuitzakje met saffraan en een soort bruin zout wat, naar zij zegt, smakelijk schijnt te zijn. Er waren stalletjes met aan hun snuit gehangen biggetjes, enige grote schragen met kippen, geheel geplukt en met de pootjes naar boven en een aantal schragen met een soort snoep gegoten in staafjes die van boven af te knagen waren. Na deze gezellige marktinkopen keerden we weer naar ons schip terug.
's Avonds ging de hele groep, 475 man in hun paasbest uit het schip om de weg naar het operagebouw te lopen. Dat was best te doen, want dat was vlak in de buurt en de weg werd mede gewezen door leden van de bemanning die met bordjes waarop de scheepsnaam vermeldt stond om de zoveel meter stonden opgesteld.
Bij aankomst kregen we al een voorproefje van allerlei heerlijkheden die de Georgische keuken te bieden had, met wijnen die in de heuvels verbouwd werd.
Voor deze gelegenheid was de grote zaal geheel afgehuurd. Het was een prachtig gezicht, al die gouden opsmuk die de wanden sierden, gouden engelen incluis. Het toneel voorhang verbeelde een scene uit de oudheid waarbij er links een manlijk figuur stond die, leek het, een klap wou uitdelen. Waarschijnlijk was toen de draad op, want de voorstelling scheen af te zijn.
Paul Vigeveno, onze directeur van de NRC - Academie, hield een korte inleiding en gaf de Nederlandse ambassadeur het woord. Deze vertelde wat een het ambassade gebouw en de ambassadeur zoal moet doen in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië en welke positieve regelingen daaruit konden voortvloeien.
Toen werd mevrouw Sandra E. Saakashvili geïntroduceerd. Zij is gelukkig, voor haar man, een nuchtere vrouw gebleven met veel initiatieven en een gezond verstand. Ze heeft al veel bereikt met de gezondheidszorg en neven stichtingen die activiteiten ondersteunen zoals ouderenzorg, sport- accommodaties, het terugdringen van de baby sterfte, en de gehandicapten zorg. Zij heeft al deze dingen ondergebracht in een stichting die SOCU heet en waar wij, als vermogende Nederlanders best ons steentje aan zouden mogen bijdragen. Zo heeft zij het natuurlijk niet gezegd, maar het kwam er natuurlijk wel op neer.
We kregen in de pauze de gelegenheid tot het wederom nuttigen van Georgische hapjes en drankjes en tot het stellen van vragen aan de ambassadeur. Vragen aan mevrouw Sandra E. hadden we al eerder gesteld na afloop van haar rede.
Na de pauze kregen we nog een wervelende show van Georgische dansers en danseressen die zich uitten in fabelachtige sprongen en andere dansen van oude oorsprong. Ook waren er een aantal zangers die met mooie stemmen innige liederen zongen. Geheel voldaan van die geweldige avond liepen we terug naar het schip, ditmaal onze terugtocht zelf kiezend.
Ik had ook nog nooit gehoord van die naam, noch wat het inhield, maar daar kwamen wij gauw achter. Een prachtig uitziende schone stad vol mooie gebouwen en parken en er zijn ook hoge hoteltorens in aanbouw.
Hier zouden we vanavond de vrouw van de president ontmoeten, mevrouw Sandra E. Saakashvili - Roelofs. Zij is Nederlandse van geboorte wat de communicatie een stuk vergemakkelijkte. Tevens zouden we de Nederlandse ambassadeur ontmoeten die onze belangen vertegenwoordigt. Deze ontmoeting zou plaatsvinden in het State Dramatic Theater, een statig gebouw met de uitstraling van een opera gebouw. Dat konden wij zien vanuit de bus omdat wij deelnamen aan een stadsoriëntatie.
We waren hier in de Georgisch Rivièra, subtropisch en kleurrijk. Hier kwamen vooral de rijke Oost-Europeanen naar toe om van het mooie weer te genieten en de constante aangename temperatuur. Er groeide bamboe en palmbomen en het was in de schaduw aangenaam toeven. Maar niet voor ons, want we moesten toch een indruk krijgen van deze bijzondere stad. We zagen in een uitgestrekt park een afbeelding van Jason die het Gulden Vlies stal. Als men op een bepaalde plaats ging staan op één been en naar voren boog werd die afbeelding ineens 3D. Sonia probeerde dat bevallig te doen, maar zag geen verschil.
Toen wij later de foto bekeken die ik van het geheel genomen had was dit nu duidelijk wel te zien. Op een later tijdstip liepen wij over een plein waar hij, nu op een hoge pilaar, mansgroot zijn triomf op een uitgestrekte arm aan het publiek toonde.
Er waren vele interessante gebouwen en de uitstap was de moeite waard.
Wij bezochten op de terugweg ook nog een markt. Een drukke plaats vol met vrouwen en mannen van een zekere leeftijd die met zware zakken en manden heen en weer aan het zeulen waren. Fruit en kleding lagen op schappen om verkocht te worden. Ook was er binnen een zeer grote ruimte waar van alles te koop was. Sonia kocht een papieren tuitzakje met saffraan en een soort bruin zout wat, naar zij zegt, smakelijk schijnt te zijn. Er waren stalletjes met aan hun snuit gehangen biggetjes, enige grote schragen met kippen, geheel geplukt en met de pootjes naar boven en een aantal schragen met een soort snoep gegoten in staafjes die van boven af te knagen waren. Na deze gezellige marktinkopen keerden we weer naar ons schip terug.
's Avonds ging de hele groep, 475 man in hun paasbest uit het schip om de weg naar het operagebouw te lopen. Dat was best te doen, want dat was vlak in de buurt en de weg werd mede gewezen door leden van de bemanning die met bordjes waarop de scheepsnaam vermeldt stond om de zoveel meter stonden opgesteld.
Bij aankomst kregen we al een voorproefje van allerlei heerlijkheden die de Georgische keuken te bieden had, met wijnen die in de heuvels verbouwd werd.
Voor deze gelegenheid was de grote zaal geheel afgehuurd. Het was een prachtig gezicht, al die gouden opsmuk die de wanden sierden, gouden engelen incluis. Het toneel voorhang verbeelde een scene uit de oudheid waarbij er links een manlijk figuur stond die, leek het, een klap wou uitdelen. Waarschijnlijk was toen de draad op, want de voorstelling scheen af te zijn.
Paul Vigeveno, onze directeur van de NRC - Academie, hield een korte inleiding en gaf de Nederlandse ambassadeur het woord. Deze vertelde wat een het ambassade gebouw en de ambassadeur zoal moet doen in Tbilisi, de hoofdstad van Georgië en welke positieve regelingen daaruit konden voortvloeien.
Toen werd mevrouw Sandra E. Saakashvili geïntroduceerd. Zij is gelukkig, voor haar man, een nuchtere vrouw gebleven met veel initiatieven en een gezond verstand. Ze heeft al veel bereikt met de gezondheidszorg en neven stichtingen die activiteiten ondersteunen zoals ouderenzorg, sport- accommodaties, het terugdringen van de baby sterfte, en de gehandicapten zorg. Zij heeft al deze dingen ondergebracht in een stichting die SOCU heet en waar wij, als vermogende Nederlanders best ons steentje aan zouden mogen bijdragen. Zo heeft zij het natuurlijk niet gezegd, maar het kwam er natuurlijk wel op neer.
We kregen in de pauze de gelegenheid tot het wederom nuttigen van Georgische hapjes en drankjes en tot het stellen van vragen aan de ambassadeur. Vragen aan mevrouw Sandra E. hadden we al eerder gesteld na afloop van haar rede.
Na de pauze kregen we nog een wervelende show van Georgische dansers en danseressen die zich uitten in fabelachtige sprongen en andere dansen van oude oorsprong. Ook waren er een aantal zangers die met mooie stemmen innige liederen zongen. Geheel voldaan van die geweldige avond liepen we terug naar het schip, ditmaal onze terugtocht zelf kiezend.
De Bosporus en de Zwarte Zee
Dit is ons reisschema
De 12e september was een dag op zee en omdat dit een culturele reis is mocht er dus niet getreuzeld worden of nodeloos in de zon gelegen. Als we dat culturele niet van ons zelf hadden, dan zouden ze hier er wat aan kunnen doen. Op zich zelf was dit een interessante gedachte, maar wie dacht dat we oud en wijs genoeg waren, moest deze gedachte laten varen, er moest nog wat kennis bijgespijkerd worden.
We kregen, als groep Rood de volgende lezingen:
Midas Dekkers : Vreemde Eenden
Henk van Os: Mozaïeken en muurschilderingen in de Kloosterkerk van Chora (dl2)
Michiel Scheltema: Nederlandse bijdrage aan de versterking v.d. rechtsstaat in Georgië.
Dit alles omlijst door een muzikaal recital van het piano duo Ferschtman
Zij speelden stukken van Tsjaikovski, Tsintsadze, en Prokofiev.
Ik had tot op vandaag nog nooit gehoord van de componist Tsintsadze, maar dit klonk erg Georgisch en naar dat land waren we dus op weg.
Gelukkig gaf men ons tijd om nog wat te eten en om enigszins uit te rusten van de vele informatie die wij tot ons genomen hadden.
We konden nu onze schade inhalen wat betreft de doorvaart over de Bosporus, ook al zo’n naam met een grote historie.
Abonneren op:
Posts (Atom)

